Huisarts & Dementie | Ziektediagnose | Vragenlijsten
Vragenlijsten
Mini-mental state examination (MMSE)
De mini-mental state examination is een screeningtest die kan aantonen of er sprake is van een stoornis in het cognitief functioneren bij een patiënt. De test kan geen diagnose van dementie stellen. Om van dementie te spreken, moet er immers ook sprake zijn van een negatieve invloed van de cognitieve achteruitgang op het algemeen dagelijks functioneren van de patiënt. De test kan de zorgverlener echter wel aandachtig maken voor een onderliggend cognitief deficit en al zo de aanleiding zijn voor verder onderzoek.
Werkwijze
De test bestaat uit 11 vragen en wordt in totaal gescoord op 30. Meestal wordt een score van 24 als afkappunt gebruikt voor het onderscheid te maken tussen gezonde personen en personen met (vermoedelijk) dementie (1). Hoe lager de score, hoe meer waarschijnlijk het vermoeden op een cognitief deficit (2). Over dit afkappunt bestaat er echter veel discussie. Bij onduidelijkheid over de interpretatie van de score kan de test na enige tijd herhaald worden. Let hierbij echter wel op het ’test-hertesteffect’. Als een patiënt voorheen een soortgelijke test heeft gemaakt, kan hij of zij onterecht hoger scoren op een volgende test (1).
Sensitiviteit en specificiteit
Zowel de sensitiviteit als de specificiteit van de MMSE is redelijk tot hoog bij patiënten met een matige tot ernstige cognitieve stoornis. (1) De sensitiviteit en specificiteit zouden respectievelijk 80% en 86% zijn voor dementie (2). De MMSE differentieert echter minder goed tussen cognitief gezonde personen en personen met een lichte vorm van een cognitief deficit.(1)
Beperkingen
- Minder goede differentiatie tussen cognitief gezonde personen en personen met een lichte vorm van een cognitief deficit.
- Depressie, zintuigelijke beperkingen en somatische aandoeningen kunnen invloed hebben op het eindpunt.
- De leeftijd en de intellectuele vermogens van de patiënt kunnen de score beïnvloeden. Laag opgeleide patiënten kunnen daarom soms onterecht laag scoren op de test. Daarentegen dient bij hoogopgeleide patiënten soms een hoger afkappunt gehanteerd te worden.
- Gezien de vragen van de test sterk verschillen, kunnen verschillende patiënten met dezelfde score moeilijk met elkaar vergeleken worden.
- Als een patiënt voorheen een soortgelijke test heeft gemaakt, kan hij of zij onterecht hoger scoren op een volgende test. Dit noemt men het 'test-hertesteffect'.
- De vragen van de MMSE peilen onvoldoende naar de executieve functies, visueel-ruimtelijke vaardigheden en het uitvoeren van tekenen en constructieve taken (constructieve praxis). (1)
Bronnen
1. Mini-mental state examination: beperkt screeningsinstrument bij cognitieve stoornissen. Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2009; 3:62-66. Naar het artikel.
2. Moll van Charante E, Perry M, Vernooij-Dassen M, Boswijk D, Stoffels J, Achthoven L, et al. NHG-Standaard Dementie (derde herziening). 2016. Naar het artikel.
Montreal Cognitive Assessment (MoCA)
De MoCA-test (Montreal Cognitive Assessment-test) is een gevalideerd screeningsinstrument voor het opsporen van Mild Cognitieve Impairment (MCI) met een sensitiviteit van 90%. De test peilt naar het kortetermijngeheugen, visuospatiële vaardigheden, executieve functies, aandacht, concentratie, werkgeheugen, taal en oriëntatie in tijd en plaats.
Werkwijze
De MoCa test wordt in totaal gescoord op 30 punten. Bij een score van 18-25 kan er gesproken worden van MCI (1).
Voordelen
- Sensitiever screeningsinstrument voor MCI dan MMSE
- Executieve functies worden gemeten, in tegenstelling tot MMSE
- Beschikbaar in ongeveer 100 talen
- Aangepaste test beschikbaar voor personen met een visuele beperking (Moca-blind)
- Aangepaste scoreberekeningen beschikbaar voor mensen met een fysieke handicap
Beperkingen
- Scholingsgebonden
- Moeilijker voor patiënten dan MMSE, waardoor onderscheid moeilijker te maken is bij ernstigere vormen van cognitief deficit
Omwille van auteursrechten verwijzen we voor meer informatie over de MOCA-test door naar de officiële website mocacognition.com. Om de test te kunnen gebruiken dien je je eerst te registeren.
Bron
1. MoCA-test. Beschikbaar via: https://www.mocatest.org/. Geraadpleegd 2019 augustus 17. Naar de website.
Neuropsychiatric Inventory (NPI)
De Neuropsychiatric Inventory (NPI) is een hetero-anamnestische vragenlijst die als doel heeft om de aanwezigheid van psychische- of gedragsproblemen bij patiënten met een hersenletsel op te sporen.
Werkwijze
De vragenlijst bestaat uit 12 domeinen die elk peilen naar een specifiek probleem. Elk domein wordt voorafgegaan door een screeningsvraag. Als deze vraag positief beantwoord wordt, volgt een reeks specifiekere vragen. Zowel de ernst als de frequentie van elk gedragsprobleem wordt bevraagd, alsook de emotionele belasting voor de zorgverlener. De maximale score die er gehaald kan worden is 144.
De test wordt betrouwbaar geacht en kent een goede validiteit (1).
Bron
Kloktekentest
Er bestaan verschillende versies van de kloktekentest, elk met een specifiek scoringssysteem. Hieronder wordt de test beschreven zoals weergegeven in de NHG standaard ‘Dementie’, gezien deze het best toepasbaar lijkt in de huisartsenpraktijk.
Deze test heeft als doel om een cognitief deficit op te sporen. De test meet zowel de executieve functies, het werkgeheugen, de aandacht en het visuospatiële geheugen. Er is echter beperkt onderzoek gedaan naar de (extra) diagnostische opbrengst van een combinatie van de MMSE en de kloktekentest. Gezien de kloktekentest minder afhankelijk is van taalvaardigheid en de executieve functies meer belicht in vergelijking met de MMSE, wordt toch aangeraden om beide testen te combineren.
Werkwijze
- Vraag de patiënt om een cirkel te tekenen op een blad papier (1 punt)
- Vraag de patiënt om cijfers te plaatsen in de cirkel, zoals op een klok (1 punt)
- Vraag de patiënt om de tijd op tien na elf weer te geven (1 punt)
Per juist uitgevoerd onderdeel van de test kan de patiënt een punt scoren. Elke score lager dan 3 geeft een vermoeden van een cognitief deficit (1).
Bronnen
KATZ-schaal
De KATZ-schaal heeft als doel om de de mate van afhankelijkheid en hulpbehoevendheid van een patiënt in te schatten. De schaal bestaat uit 6 domeinen, die elk peilen naar een basale activiteit uit het dagelijkse leven (ADL) : zich wassen, zich aankleden, transfer en verplaatsingen, toiletbezoek, continentie en eten. Elk domein wordt gescoord gaande van 1 (patiënt kan deze taak volledig zelfstandig uitvoeren) tot en met 4 (patiënt is voor deze taak volledig afhankelijk van iemand anders).
De KATZ-schaal wordt onder andere gebruikt bij aanmelding van patiënten in dag- en/of woonzorgcentra. Ook heeft het invloed op forfaits voor zwaar zorgbehoevende en palliatieve patiënten.
Klik hier voor richtlijnen bij het gebruik van de evaluatieschaal.
ObservatieLijst voor vroege symptomen van Dementie (OLD)
De observatielijst voor vroege symptomen van dementie bewijst zijn nut in het ordenen van info na een consult. Het laat de huisarts zaken die tijdens een consult zijn opgevallen te benadrukken en te scoren.
Werkwijze
3 hoofdaspecten (cognitie, dagelijks functioneren en gedrag) worden beoordeeld door middel van 12 vragen die de huisarts achteraf dient te beamen of te ontkennen, waarbij een “ja-antwoord” geld als 1 punt, “nee”, “misschien” en “niet vast te stellen” zijn elk 0 waard. Bij een score van vier of meer is aanvullende diagnostiek naar dementie raadzaam. Bij scores tussen 0 en 4 is waakzaamheid geboden. In dat geval kan de lijst na maanden nog eens afgenomen worden, eventueel door een andere observator.
- De OLD is geen screeningsinstrument of diagnostisch instrument.
- Het instrument is bedoeld als een ondersteuning van het niet-pluisgevoel.
- De OLD is gevalideerd bij ouderen (≥ 75 jaar) in de huisartsenpraktijk.
Geriatrische depressieschaal (GDS)
De Geriatric Depression Scale (GDS) is een screeningsschaal voor depressie specifiek ontwikkeld voor ouderen. Deze vragenlijst wordt door ouderen zelf ingevuld. Er zijn verschillende versies beschikbaar: de GDS-30, de GDS-15, de GDS-8 en verschillende versies van de GDS-4. Omwille van goed betrouwbaarheid en klinische toepasbaarheid wordt hier de GDS-15 beschreven zoals in de richtlijn Dementie van het NHG (1).
Werkwijze
De vragenlijst bestaat uit 15 vragen waarop u met “Ja” of “Nee” kunt antwoorden. Het is de bedoeling dat de bevraagde de vragen leest en bedenkt welk antwoord het best weergeeft hoe hij zich de afgelopen week, met vandaag erbij, gevoeld heeft. Hierna wordt een score van 0 of 1 toegekend voor elk antwoord. Van degenen die positief screenen (GDS-15-score ≥ 5 punten) (2), dient nagegaan te worden of ze voldoen aan de de DSM-V criteria voor een depressie. De GDS-15 heeft een sensitiviteit van 81% en een specificiteit van 78%. De klinische bruikbaarheid van zowel de GDS-30 als de GDS-15 werd als slecht beoordeeld voor het vaststellen van depressie, maar voor het uitsluiten van een depressie werd de GDS-15 als goed beoordeeld (3).
Bronnen
1. Moll van Charante E, Perry M, Vernooij-Dassen M, Boswijk D, Stoffels J, Achthoven L, et al. NHG-Standaard Dementie (derde herziening). 2016.
2. Vinkers, D. J., Gussekloo, J. , Stek, M. L., Westendorp, R. G. and van der Mast, R. C. (2004), The 15‐item Geriatric Depression Scale (GDS‐15) detects changes in depressive symptoms after a major negative life event. The Leiden 85‐plus Study. Int. J. Geriat. Psychiatry, 19: 80-84.
3. Mitchell AJ, Bird V, Rizzo M, Meader N. Diagnostic validity and added value of the Geriatric Depression Scale for depression in primary care: a meta-analysis of GDS30 and GDS15. J Affect Disord. 2010 Sep;125(1-3):10-7.
IQCODE-N
Werkwijze
De IQCODE bevraagt via een informant naar veranderingen in het dagelijks cognitief functioneren van de dementerende persoon in de afgelopen 10 jaar, hierbij wordt via een 5-puntenschaal aangegeven of er een verbetering, stabilisatie of verslechtering is opgetreden voor elk afzonderlijk item. Zowel een lange versie van 26-items, als een verkorte versie met 16 items zijn gevalideerd in het Nederlands. De cut-off scores zijn gebaseerd op de totaalscore gedeeld door het aantal vragen. Hogere scores geven een hogere achteruitgang aan. De vastgestelde cut-off score die de beste diagnostische geldigheid biedt is 3.3 in de korte versie. (1)
Voorspellende waarden van de test
De negatief predictieve waarde van de IQCODE blijft bij elk afkappunt (3.2 tem 3.7) meer dan 90%. De positief predictieve waarde wordt echter pas groter dan 50% bij 3.6 of 3.7 als afkappunt. Bij een positief resultaat op de IQCODE zal hierdoor mogelijk een groot aantal patiënten zonder dementie doorverwezen worden naar de specialist. (2)
Besluit
- Wegens discrepante resultaten heeft de IQCODE-N enkel een rol in het structuren en objectiveren van cognitieve klachten.
- Mogelijkheid om te gebruiken in opvolging.
- Opleidingniveau van deelnemer speelt geen rol.
Bronnen
1. Jorm, A. F. (1994). A short form of the Informant Questionnaire on Cognitive Decline in the Elderly (IQCODE): Development and cross-validation. Psychological Medicine, 24, 145-153. Naar het artikel
2. Harrison JK, Fearon P, Noel-Storr AH, McShane R, Stott DJ, Quinn TJ et al. Informant Questionnaire on Cognitive Decline in the Elderly (IQCODE) for the diagnosis of dementia within a general practice (primary care)setting.Cochrane Database of Systematic Reviews 2014, Issue 7. Naar het artikel
AD8
De AD8® (1) is een vragenlijst met een 3 puntenschaal gebruikt om 6 domeinen van cognitieve en functionele achteruitgang over enkele jaren in kaart te brengen: geheugen, oriëntatie, probleemoplossend vermogen, maatschappelijk denken, hobbies en autonomie. De Engelstalige versie is gevalideerd voor screenend gebruik bij Alzheimer-, Parkinson-, frontotemporale- en talloze andere gerelateerde vormen van dementie.
Sensitiviteit
Multipele onderzoeken toonden reeds aan dat bij een afkapwaarde van 5 punten de sensitiviteit voor dementie tussen de 96-100% ligt. Bij een afkapwaarde van 3-4 bedraagt de sensitiviteit nog 82% (2).
Specificiteit
De resultaten van onderzoek naar de specificiteit zijn zeer uiteenlopend. Een meta analyse van 11 studies waarbij een afkapwaarde van 2 werd gebruikt geeft een specificiteit van 64% (3).
Besluit
- De hoge sensitiviteit en lage specificiteit valideren deze test enkel voor gebruik als screenend instrument verder onderzoek is noodzakelijk.
- Hoewel de resultaten naar de validiteit van vertalingen veelbelovend lijkt, is er tot op heden geen gevalideerde Nederlandstalige verlating.
- Aangezien het om een zeer korte, ongecompliceerde vragenlijst gaat is de drempel voor gebruik uiterst laag.
Bronnen
1. Galvin JE, Roe CM, Powlishta KK, Coats MA, Muich SJ, Grant E, Miller JP, Storandt M, Morris JC. The AD8: a brief informant interview to detect dementia. Neurology. 2005 Aug 23;65(4):559-64. Naar het artikel.
2. Usarel, C., Dokuzlar, O., Aydin, A., Soysal, P., & Isik, A. (2019). The AD8 (Dementia Screening Interview) is a valid and reliable screening scale not only for dementia but also for mild cognitive impairment in the Turkish geriatric outpatients. International Psychogeriatrics, 31(2), 223-229. Naar het artikel.
3. Hendry K, Green C, McShane R, Noel‐Storr AH, Stott DJ, Anwer S, Sutton AJ, Burton JK, Quinn TJ. AD‐8 for detection of dementia across a variety of healthcare settings. Cochrane Database of Systematic Reviews 2019, Issue 3. Art. No.: CD011121. Naar het artikel.
Gereproduceerd met toestemming. Copyright 2005. De “Eight-item Informant Interview to Differentiate Aging and Dementia” is een auteursrechtelijk beschermd instrument van Washington University, St. Louis, Missouri. Alle rechten voorbehouden.